Greet Haasnoot breidde van Alpaca,- en schapenwol Katwijkse visserstruien. Om de truien af te maken vroeg ze acht Katwijkse kunstenaars er een 'zee-sieraad' bij te maken. Bert van der Meij vond zeven dode scholletjes op het strand en nam ze mee naar huis. Hij droogde ze op de verwarming en maakte er broches van. Één mocht ik hebben. Ik maakte er een mal van (ja, dat stonk, ontzettend), om zo de vis het eeuwige leven te gunnen. De keramische kopieën maakte ik goud, met een gouden luister, om te refereren naar de gouden oorbellen die vissers op kotters droegen en waarmee, als ze overboord sloegen en verdronken, hun begrafenis kon worden betaald. 
Back to Top