Sartre noemde (niet helemaal zelf, maar via een personage in een toneelstuk, maar oké oké…) de anderen de hel. Hij vond dat zo omdat een ander jou altijd als object ziet. Een afgebakend geheel, bepaald en gedefinieerd. Dat gaat, volgens Sartre, tegen jou eigen autonomie in. Je bent namelijk radicaal vrij, altijd in staat te kiezen.
Dat die anderen de hel zijn, zoals Sartre via via benoemd, gaat gepaard met een binair-denken. Binair, dat met die 0’en en 1’en, betekent óf het een, óf het ander. De term non-binair (of non-binary in hip, international English), kennen we uit de sekse-wereld. Iemand die zich als non-binair definieert zegt eigenlijk: ik doe niet mee met kiezen tussen man of vrouw zijn, ik doe niet mee aan die of het één of het ander. Ik denk dat Sartre ook last had van dat binaire denken. De ander ziet jou als iets, waardoor je opeens beperkt wordt in je vrijheid het ander te zijn, of iets te doen wat bij het ander-zijn hoort. In gendertermen: als een ander jou ziet, bepaald en gedefinieerd als man, klopt het opeens niet meer als jij vrouwenkleding draagt. Je bent een man-object geworden door de ogen van een ander en daar dien je je mee in lijn te gedragen.
Nu lijkt dit er misschien toe te leiden dat we erg boos moeten worden op de ander, dat die ons bepaald en dat dat dus echt helemaal kut is. Ik denk echter dat we zelf ook een grote rol spelen in het beperken van onze eigen vrijheid. We vinden het fijn de ander te definiëren, maar vooral ook om onszelf te definiëren. Het is prettig antwoord te kunnen geven op de vraag wie je bent, wat je later wilt worden, welke geloofsovertuiging je hebt en hoe je eetpatroon is. Daarmee kan je in één term een heleboel vertellen. Interessant is dat we door deze neiging tot het definiëren (filosoof Derrida noemde dat zelfs het hele punt van de hele filosofie) onze eigen radicale vrijheid beperken. Omdat we graag consequent willen handelen voelt het opeens heel fout een blik knakworsten leeg te eten als je jezelf vegetariër noemt. Met definitie komt afbakening, met afbakening wordt overtreding mogelijk.
Misschien kunnen we wat minder binair gaan denken. Niet bepalen als wel of niet, 0 of 1, maar meer ruimte laten. Misschien doe je op maandag wel helemaal 0-achtig, maar voel je je op dinsdag veel meer 1-achtig. Nu voel ik hier de neiging het spectrum uit te breiden, naar bijvoorbeeld 0.1, 0.2, 0.3 en zo door, maar dat is een stiekeme valkuil. Dan blijf je namelijk definiëren, nog steeds afbakenen. Als we kunnen leven zonder te definiëren hebben we meer ruimte. Je kunt prima geen vlees eten, zonder jezelf vegetariër te noemen, of rokjes dragen zonder jezelf te definiëren als vrouw. Probeer maar. Je kunt ook blijven definiëren en leren leven met inconsequentie. Vegetariër zijn én op zaterdagavond schaamteloos negen kipnuggets naar binnen werken. Ik denk dat het belangrijk is te blijven onthouden dat we niets moeten, dat een definitie niet bindend is en we uiteindelijk zelf de touwtjes in handen hebben. Leve de radicale vrijheid.

Back to Top